Live life to the max!

Omdat je het waard bent, want met aandacht is alles mooier, so just do it! Pepsi, l’Oreal, Ikea en Nike staan klaar om je advies te geven hoe je je leven het beste kan leiden. Wuh, ik kots ervan hoe merken een begrip proberen te kapen. Het is wel verleidelijk ernaar te luisteren. Wie wilt nu niet zijn leven “to the max” leven? Afgezien van een paar wijze oude ooms of vrienden die zeggen dat leven met een zeven wel prima is, of, eh, een hele generatie die een zesjescultuur viert, zijn de meeste mensen die ik goed ken op een of ander punt of periode in hun leven bezig geweest met die vraag: hoe haal ik echt alles uit het leven?
Ikzelf ben daar bewust of onbewust altijd wel mee bezig. Als ervaringsdeskundige ga ik in dit stukje op zoek naar het recept voor epische momenten, waarop je het leven maximaal leeft.
Eerst een stukje wandelen door mijn geheugen. Ik zoek naar gedenkwaardige gebeurtenissen waarop we of ik het gevoel hadden even helemaal 100% te leven. Hopla, daar komen ze …
We worden opgehaald van het station, waar we bezweet staan bij te komen van een adembenemende treinreis. De trein had een glazen dak, de volle pracht van groene Japanse bergen in bloei beukte op ons neer. We hebben net vier dagen in Tokyo doorgebracht en die hyperdrukte is nog niet uit ons systeem. De auto die ons oppikte stopt, we mogen ons niet bekommeren om de bagage en worden vriendelijk in de richting van een paadje gewuifd dat naar de ryokan, de herberg, leidt. Bij de deur, nou ja, de doek die binnen van buiten scheidt, wisselen we onze schoenen voor houten slippers. Ik zoek de grootste uit, waar bijna mijn halve voet op past. Het is rustig, vredig, al dat we horen is een beekje, buiten, en een vuurtje, binnen. Dit, hier, is waar het woord “sereen” voor uitgevonden is. Een Japanse nodigt ons uit voor thee bij het vuur. Met ons vieren knielen we en tijdens het drinken vallen we even, allemaal, hop, in de vrede van het moment. Totdat Paul pijn in zijn knieën krijgt zitten we in een onbeweeglijkheid waar de Tokyodrukte snel van smelt.
Extremen opzoeken, in de zin van zo groot mogelijke contrasten, dat werkt, als je iets gedenkwaardigs wilt. Van druk naar rustig, of van nat naar droog (duiken, kitesurfen), of van donker naar licht. In Nieuw Zeeland bestaat een grot, waar je na een uur spelunken in het donker door een wirwar van onmogelijke rotsdoorgangetjes en vieze plasjes in terecht komt. Daar aangekomen slaat de gids met een metalen buis tegen de rots, zodat alle vuurvliegjes zich een hoedje schrikken en hun lichtje aansteken. Je bent dan ineens omringd door een sterrenhemel. Donker naar licht, extatisch hoogtepunt van een onvergetelijke grotspelunkreis. Zegt de folder. Ik heb die trip gedaan, maar kan me de vuurvliegjes niet herinneren. Ik had de folder gelezen en de verhalen gehoord, dus ik verwachtte iets magisch.
Verwachtingen, zeker hooggespannen, zijn een slecht ingredient voor epische momenten. Maarja, probeer maar eens verwachtingloos te leven.
Extreme sporten zijn ook een manier om helemaal in het nu te geraken (want alleen daar kun je honderd procent leven). Als je iets overweldigends onderneemt, zeg, een bungyjump of een parachutesprong, dwalen je gedachten niet af. Dan heb je geen aandacht voor je boodschappenlijstje of filosoferen over de zin van het bestaan. Het werkt, de eerste keer dan. Je raakt overal aan gewend. Kitesurfen heeft nog wel iets, want zodra je merkt dat je aan het denken bent, lanceer je jezelf gewoon naar een situatie waar je al je aandacht voor nodig hebt – anders gaat het pijn doen. Ohshitoshitoshit, degolfhaaltmein, fuckfuckfuckikkannietsnellerdaarkomtie, ikgagespoeldwordenendanligikopdebodemvandezeealseenrolladeinmijnlijnengewikkeldendan- oh, ik ben er voorbij. Fieuw. Je leert overigens snel dat soort gedachten niet te hebben – ‘t is beter om gewoon te surfen op zo’n penibel moment. Je hebt 100% van je aandacht nodig om iets “gewoon” te dóen.
Gewoon surfen, verder niets. Gewoon. Live life to the max door gewoon te doen. Just do it. Met aandacht, want dan is alles mooier. Omdat je het waard bent.
Goed. Het recept voor maximaal leven zegt dus dat je contrastrijke dingen verwachtingloos gewoon 100% moet doen. Maar … welke dingen dan? Hoe sleep je het maximale uit elk moment? Als je heel goed in Zen bent, hoef je niet te zoeken, dan is alles maximaal. Ik hoorde ooit een Zenmeester vertellen: “Alles is boeiend. Ik zou de hele dag naar voor mijn part de vloer kunnen kijken, dan zou ik me nog niet vervelen.” Ik geloofde hem volledig. Een tijdje speelde ik met de gedachte me daarop toe te leggen, en eigenlijk heb ik dat ook gedaan, ik ben er alleen niet zo goed in geworden als hij. Wilde ik stiekem ook niet. Zo braaf kan ik niet zijn.
Het maximale uit een situatie halen. Vaak zochten we daarvoor het ongewone op. Of in ieder geval, wat je denkt dat ongewoon is, zoals je bij je eerste Lonely Planet nog denkt dat je geen massatoerist bent. Als vriendengroep slaagden we er redelijk vaak in. We reden ooit 1000 mijl om naar Mount Rushmore, met als enige doel vijf minuten uit te stappen om de vier presidenten te moonen. Of we gingen naar een toneelstuk in Boekarest, dat uit een anderhalf uur durende monoloog zonder ondertiteling bleek te bestaan. We proostten bij een kampvuur op het aanstaande vaderschap van Paul, op het meest paradijselijke stukje eiland ooit, echt, zo mooi dat de herinnering eraan bijna pijn doet, en jarenlang vertelden we tot in den treure aan iedereen die het niet wilde horen dat we ernaartoe vlogen per haastig gecharterde helikopter, vlak nadat we ruzie gemaakt hadden over ons reisbudget dat ernstiger uit de hand liep dan, zeg, de begroting van de JSF of de Noord-Zuidlijn. Hm, die zin had na elf woorden wel mogen stoppen.
Die hele paragraaf voelt raar, eigenlijk. Waarom? Het zijn herinneringen van momenten dat ik me helemaal levend voelde, op en top, en het levert hele leuke herinneringen op. Net zoals die keer dat Steph en ik van het balkon van een Istanbulse disco stonden te piesen, per ongeluk precies op het hoofd van de uitsmijter. Of die keer dat X en ik stonden te wachten op de dealer voor nog meer coke, midden op de Dam, tegenover het Krasnapolsky hotel waar we eerder die avond een feestje van politici waren binnengecrasht. Daar, midden op de dam, stond een kermisattractie naar ons te lonken. We namen kauwend plaats in een tweepersoons metalen bal, die als een omgekeerde bungee jump omhoog gelanceerd zou worden. De bal was uitgerust met een microfoon die angstkreten van de inzittenden beneden over de Dam schalde. Op het moment dat de rem eraf ging schreeuwde ik in de microfoon: “X, wil je met me trouhouweee?”
Ja, OK, leuke herinnering, maar misschien niet heel verantwoord. Wel ongewoon. Er was ooit een reclame voor de marine: “Er zijn van die momenten dat je leven als een film aan je voorbij flitst. Dan kun je maar beter ervoor zorgen dat het een beetje een interessante film is.” Right. Die twee zinnetjes zijn behoorlijk leidend geweest voor mijn leven, ik heb er best een interessante film van gemaakt. Ah, ik weet al waar het wringt, waarom deze paragrafen raar voelen. Ik worstel met jullie, lezers. Veel van mijn topmomenten zijn namenlijk niet ongewoon. Voor jullie niet, dan. Ik vergeet nog wel eens dat ik die film niet voor anderen maak. Wat is er nou ongewoon aan trouwen, of aan vader worden, of aan ontzettend genieten van lekker hard werken bij Accenture, waar je elke keer maximaal uit je comfort zone werd gekatapulteerd naar een onbekend gebied, alwaar je je team mocht gaan uitleggen wat jullie daar eigenlijk te doen hadden, of, eh, aan een lullig heuveltje in de binnentuin? Genoeg. Zo ongewoon, zelfs, dat ik de beste categorie nauwelijks met jullie deel (… ja? natuurlijk, Iris en Zoë).
Een betere term dan ongewoon is grensschurkend. Grensverleggend is namelijk een rotwoord. Waar het om gaat is dat je tegen je eigen grenzen aan blijft schurken, ze het liefst een beetje oprekt. Als je dat niet doet, kruipen ze heel langzaam dichterbij, verkleinen ze je wereld, leggen ze je lam, stukje bij beetje. Iedereen heeft ALS. Iedereen kan slachtoffer worden van een rap verkleinerende wereld. Leef dus maximaal, honderd procent, ongewoon gewoon, contrastrijk, verwachtingloos, continu je eigen grenzen verleggend. Comfort is om bij te komen, niet om te blijven plakken.
Voor iedereen duidelijk, ja? Nee? Tot slot nog een minicasestudietje, beginnend met een twist.
Ik zuchtte. Fietsen was net onmogelijk geworden, en lopen ging steeds wankeler. De grenzen van mijn mobiliteit kwamen steeds dichterbij. “Mijn wereld wordt steeds kleiner.”, verzuchtte ik tegen mijn beste vriend. Hij antwoordde: “Integendeel. Je wereld wordt juist steeds groter. Wat vroeger een wandelingetje was, is nu een ontdekkingsreis.”
De trip ging ditmaal niet naar een ver land. Onze gezamenlijke vakantie anno 2016 gaat naar Asten, in Brabant. Het is de eerste keer dit jaar dat ik buitenshuis slaap. Grensverleggend, eh, schurkend! Vroeger spoorde ik mijn vrienden daartoe aan, nu doen ze het andermaal voor mij. Het is ze geraden ook, ik kan niet doodgaan voor ze het grensschurken zelfstandig kunnen, de klojo’s. Die klojo’s zijn er stiekem heel goed in geworden, merk ik. Ik kan bijna niets meer, en daardoor ben ik het schurken verleerd. Het kan zo eenvoudig zijn als buiten koffie drinken – jaren niet gedaan. Miga hielp me al met eten toen ik geen bestek meer kon vasthouden. Nu hanteert hij de injectiespuit met koffie (en later op de dag met bier).
We hebben masseuzes op locatie geregeld. Iemand zegt, hee, zullen we even het door Martijn geregelde hooglaagzoalsinhetziekenhuis-bed hier buiten onder een boom zetten? Ik proef natuur en kijk langs de stam omhoog. Dit uitzicht alleen al is de enorme volksverhuizing naar Asten waard! Tijdens de massage waakt Ilias, vlakbij en onopvallend, zoals hij dag en nacht het hele weekend al doet.
Holy crap, wat zijn er een hoop grenzen te verschurken en contrastrijke ongewone dingen te doen op deze helikopterloze, cocktailbarloze, niet-Japanse, niet-Braziliaans-eilandse paar vierkante meters in Brabant. Paul komt op het idee om de mooiste film van de afgelopen tien jaar te kijken vanuit ons bed – buiten! We worden wakker met het kraaien van de haan en vol muggebulten. Weer een ALS-voordeeltje: ik kan niet krabben, dus jeuken ze niet.
Ik ging het weekend redelijk verwachtingloos in, en ben dus totaal verrast wanneer Menko aankondigt dat hij een huiskamerconcert van een aanstormend bandje heeft geregeld. Vraag: wat klinkt beter dan de allerbeste luidsprekers van Utrecht? Antwoord: een gitaar. Een stem. Toetsen. Van The Wanderer. Holy crap, oprechtere muziek heb ik nog niet gehoord. We praten, nee, we maken verbinding met de band, diepgaand, voor en na het concert. Bij het nummer “Father“, waar Zanger Nikos vooraf tekst en uitleg bij geeft, zit het voltallige vijfhoofdige publiek te huilen – een unicum. Vroeg in het concert doe ik even niets en dan ervaar ik ineens de maximale aandachtige perfectie van dit moment: Nikos en Victor, spelend voor ons, met ons, hier buiten onder de bomen, onze harten aanrakend. Gewoon WOW.
Ik herinner me nu de toespraak van zenleraar Meindert, bij onze kleine bruiloft, Iris en ik. Daarin adviseerde hij mij met klem een stukje uit de Tao Te Ching, waarvan ik me nu besef dat het ‘t laatste ingredient is van ons recept voor een maximaal geleefd leven: “Niets doen.”