Back

Like a virgin

Hey!

Eerder schreef ik over de rotjeugd van mijn vader, zijn wens om dat niet door te geven, mijn harde oordeel daarover (niet gelukt) en mijn daaruitvolgende standpunt over zelf kinderen krijgen (niet doen, want ik zal ze geen gelukkige jeugd kunnen geven). Mijn standpunt veranderde, zonder dat ik precies kon duiden waarom. Een paar jaar therapie heeft vast geholpen, evenals uberhaupt mijn levenslange obsessieve zelfverbeteringsdrang.
Gisterenavond reikte mijn geheugen me een mijlpaaltje aan in die verandering. Daarna droomde ik ontzettend lekker over koken, met familie, gezellig en ontspannen. Ik rook de geuren en proefde de smaken. Ik schroeide kort gepocheerde, goed gekruide, stevige witvis en bakte in dezelfde pan kubusjes gemarineerde appel. Serveren met aardappeldobbelsteentjes, desnoods uit de frituur. Eenvoudige ingredienten, heerlijke smaken (al zijn die kubusjes best tricky, want, grootte is moeilijk te bepalen, je moet de juiste balans tussen oppervlakte en inhoud zien te vinden (voor wie nu “huh?!” denkt, stel je het verschil in smaak voor tussen een rauwe halve biefstuk, steak tartare en carpaccio) en je pan moet gloeiend heet zijn en blijven) en het bijzondere is: vannacht proefde ik dit voor het eerst. Vis met appel. Iets is veranderd in mij. Al zeker een jaar droom ik heel vaak over eten, maar dan vooral over de zoektocht ernaar, rennen door supermarkten of tankstations bezoeken in de hoop een broodje te vinden. Nu bedenk, bereid en nuttig ik ineens een heerlijkheid. Maar, dat is niet de verandering waar ik het over ging hebben.
Mijn eerste keer, dus. Ik toog monter naar een uithoek van Nederland, kwam onderweg een paar niet-maagdelijke zennies tegen, hoorde ze ervaringen uitwisselen over hun eigen eerste keer. Ik hoorde iemand zeggen dat je toch best veel met elkaar deelt, in een meditatieweek. Raar, dacht ik, je praat de hele week niet, hoe kun je dan dingen delen? Het was januari 2010 en ik ging voor het eerst naar een sesshin.
Je eerste sesshin is uniek, de impact ervan is bijna niet meer te evenaren. Je kunt wel diepere stiltes bereiken of grotere interne groei boeken of je nog meer doodvervelen, maar toch… Je eerste keer is speciaal omdat alles nog nieuw is. Ik zat al een paar jaar elke ochtend, en meestal had dat wel een kalmerend effect, alsof je een glas versgeperste jus d’orange laat staan tot de bovenste helft helder is. Later leer je dat het eigenlijk onmogelijk is (of in elk geval onzinnig) om het directe effect van meditatie te zoeken. Het is alsof je een plantje, nee, een boompje laat groeien in jezelf; het zaadje opgraven om te zien of het al uitloopt is niet zo nuttig. Gewoon water blijven geven, ook in de winter, als hij dood lijkt, ook in de zomer, als je je eerste vrucht plukt, gewoon volhouden. Na een paar jaar kun je je af en toe vasthouden aan de stam, als alles verkeerd lijkt te gaan. Dan blijkt dat al dat gemediteer waarvan je dacht dat het vruchteloos was, geleid heeft tot stevige wortels, alsof je je eigen oog in de orkaan kunt zijn.
Anyway, ik verwachtte dus stilte, die week. De omstandigheden en regels waren er wel naar. Geen woord hardop, behalve in het dagelijkse exact twee minuten durende gesprek met de leraar, en tijdens de toespraak. Geen geluid maken als je je stoel optilt om aan de eettafel te gaan zitten. Zo stil mogelijk je bestek hanteren. Elke deur geluidloos sluiten. Niet kuchen in de zendo. Geen oogcontact maken. Je lepeltje in je koffie roeren zonder de rand van je kopje te raken. Je stilletjes ergeren aan die ene ADHDer die de regels niet volgt. En, telefoon uit, De hele week. Wow. (In dertien jaar was mijn langste onbereikbare periode de vlucht van Amsterdam naar Singapore geweest.) Dit alles met een groep van ongeveer tachtig mensen volhouden. Het lijkt doodvermoeiend gekkenwerk, maar het slijpt je geest door de concentratie die het vereist, en het brengt je waar je zijn wilt, maar nooit volledig bent: hier. Nu, ook. Je zit zes tot dertien uur per dag op het kussentje je adem te tellen en daarbuiten concentreer je je ook nog eens maximaal op al je bewegingen.
Stilte buiten jezelf maakte het innerlijk wel kalmer, en het geroezemoes in mijn hoofd nam ook wel af, maar het werd niet echt stil. Enkele ver weggestopte, nare jeugdherinneringen kwamen opzetten, zodat ik alsnog een poging kon doen ze te verwerken. Daarnaast was er genoeg om je hoofd weer mee te vullen, zoals de dagelijkse toespraak of de sesshinkoan, het onoplosbare raadsel dat speciaal voor deze week was gemaakt.Al dat geconcentreer op het hier en nu had wel resultaat: hyperaandacht. De brokstukjes van je vermoeide geest komen langzaam bijeen tot je ineens, ping, merkt dat je wakker bent. Zo. Hier ben ik dan. Fuck cocaine, je kunt je niet eens voorstellen hoeveel beter het is om deze helderheid te ervaren. Wel eens een stukje appel gegeten met echt je volledige aandacht? Ik tot dan toe niet, en – WOW. Ik bereikte en overtrof die helderheid nog wel een paar keer, maar toen ik ernaar ging streven en verlangen moest ik de moeilijke les leren dat die helderheid niet is waar zen over gaat. Mijn zen niet, in ieder geval. Mijn zen, als in, zen zoals het voor mij is, want ieders ervaring is anders. Daarom wordt praten of schrijven over zen afgeraden, zeker voor nozems zoals ik, omdat iedere ervaring subjectief is, en je er minimaal een jaar of twintig voor nodig hebt voor je begrijpt dat er niets te begrijpen valt. Mijd zenleraren die de wijsheid in pacht hebben. Mijd vooral blogposts over zenervaringen.

Aandacht, dus. Niet als doel, maar als middel. Met aandacht kun je zien wat er nou eigenlijk gaande is. Aandacht laat je kijken, zonder direct meegezogen te worden. Gewoon een beetje opletten, zou mijn leraar zeggen. Als je goed oplet, zie je misschien wat zich vlak voor je neus afspeelt, of heb je de tijd om een ingeving de ruimte te geven, zodat het een inzicht kan worden.

Wat voor inzicht? Eigenlijk in hele doodnormale dingen, die iedereen weet, ik ook, maar die ik me tot op dat punt nog niet gerealiseerd had. Bijvoorbeeld: soms is het beter om nadruk te leggen op wat goed, ipv wat fout gaat. Duh. Of: soms is geen actie de beste actie. Wederom, duh! Of: de wereld is echt mooier als je uitgeslapen bent. Dat inzicht heb ik vaker als glanzende ingeving van god zien binnenkomen, maar ernaar leven doe ik nog altijd niet.
Of je stopt een koan in je buik. Dan, heel goed opletten of je je iets gaat realiseren. Vervolgens moet je die realisatie aan je leraar presenteren, ofwel, manifesteren. Dat kan een frustrerend proces zijn. “Ik wist echt heel! erg! zeker! dat het antwoord 42 was!” Sorry, Doug. Terug naar je plek, verder mediteren.
Tegen het einde van die eerste sesshin werd ik onrustig en overmoedig, als een paard dat de stal ruikt. Ik besloot stiekem de sesshinkoan te proberen. Stiekem, want eigenlijk vond ik (en sommige leraren met mij) dat ik daar nog niet klaar voor was. Ondeugend als een wijnsnoepende priester begon ik bij elke adem de koan stil tegen mezelf te zeggen: “hoe kom ik los van mijn karma … hoe kom ik los van mijn karma … wtf is karma … hoe kom ik…”, etc. Al vrij snel kwam er een antwoord opborrelen: “veranderen heeft liefde nodig.” Bam! Amper een uur bezig en nu al onder de knie! Hahaa, ik kill deze shit! Dacht ik, toch?!
Later op de dag mocht ik naar de leraar, voor het laatst in die sesshin. Ik vertelde dat ik het antwoord had. Antwoord waarop? Op de koan! Ik zei: “met liefde. zo kom je los van je karma.” Hij zei dat een heel goed antwoord was (maar niet het goede antwoord) en dat mijn presentatie te wensen overliet. Een soort troostprijs, of eigenlijk een aanmoedigingsprijsje, want ik ging het laatste stukje sesshin met driedubbele energie te lijf.
In dat laatste stukje sesshin kwam de verandering tot stand die ik in het begin van deze blog beschrijf. Ik werkte verder met de koan en zag opnieuw de nare herinneringen uit mijn opvoeding. Ik zag ze van genoeg afstand om te kunnen zien dat het niet een gebrek aan liefde was, waardoor de moeilijkheden tussen mijn ouders en mij waren ontstaan. Ik praat er ietwat omheen, nu, omdat ik hier niet wil oordelen over mijn ouders. Ik realiseerde me toen, op dat moment, hoe ik los kon komen van mijn karma.. Ik kon het antwoord niet meer checken met de leraar, maar dat hoefde ook niet. Ik nam het me voor en ik wist het tegelijkertijd zeker, op het moment dat het antwoord me binnenviel: ik ga mijn kind opvoeden met liefde en aandacht.
Gisterenavond herinnerde ik me dit alles, of beter gezegd, herinnerde ik me het ontstaan van de toverspreuk die mij als ouder richting gaf (en geeft). Het is, zie ik gvd nu! pas!, imperfect geformuleerd. Zoe is niet mijn kind. Ze is ons kind. Maar besides that – het is treffend dat liefde en aandacht bijna de enige vermogens zijn die ik nog heb. Had ik nu maar gedacht: liefde, aandacht en motorneuronen. Ha. Ha. Koanantwoorden moet je realiseren en manifesteren. Hoe doe ik dat laatste? Hoe?! Ik ben afhankelijk van de goede wil van anderen, om uberhaupt iets met mijn dochter te kunnen doen, en de puf van anderen raakt op. Ik moet dankbaar zijn voor de handvol contactmomenten met Zoe die me wekelijks gegeven worden, maar dat is best onmogelijk. Het lijden dat mijn bestaan met zich mee brengt, weegt dat op tegen het beetje liefde dat ik kan overbrengen? Kromme vergelijking. Mooie blog, lelijke situatie. Bah. Mijn nieuwe koan wordt bij deze: hoe voed ik met liefde en aandacht op, zonder motorneuronen?
8 replies
  1. Annemarie
    Annemarie says:

    Mooie blog, lelijke situatie. En mijn interesse gewekt in sesshin, daar ga ik me eens verder in verdiepen of het ook wat voor mij is. Dank Garmt

    Reply
  2. Ans Flentge
    Ans Flentge says:

    Garmt, wederom weer zo mooi verwoordt. Je bent een levenskunstenaar, ondanks deze moeilijke situatie “ALS dan toch”. Diep respect voor het behoud van je eigenwaarde, die genen heb je aan Zoë over gedragen. Ze zal trots door het leven stappen, met zo’n pappa ♡

    Reply
  3. karin
    karin says:

    Hallo Garmt,

    Wat treffend.. wat pijmlijk.. wat rauw en puur…

    Wat me raakt is hoe graag joj wilt leven, maar gevangen zit in een lijf dat out of time raakt.
    En hoe mijn leven als op voelt, maar ik blijf ademhalen (leef) omdat ik fysiek niets mankeer.
    Ik vind het leven prachtig en dierbaar, maar leef een hel omdat ik mijn kindertijd lang tot op het bot kapot gemaakt ben door mensen en daarom multi en ernstig getraumatiseerd ben, een geest heb die pijn afgesplitst heeft omdat het zo groot is dat het niet te ervaren is en een chronische ptss.
    Mij hier en nu is fijn, een dierbaar leven. Zoals het jouwe dat ook is. Maar waar bij jou je lichaam je het leven onmogeljjk maakt, is dat bij mij mij geest.
    ik word continu getriggered door dingen en herbeleef dan urenlang angsten en de hel uit mij verleden. Herbeleven houdt jn dat het verleden het heden wordt, en je kunt dat niet stoppen.
    Ik ben mentaal uitgeput, door iedere nacht verschrikkelijke nachtmerries en herbelevingen.

    En waar voor jou de hel is dat je weinig tijd meer hebt, is mijn hel dat ik tijd heb maar die tijd nauwelijks ontspannen en plezierig kan zijn.

    Tegenstrijdig toch…
    kon ik jou mijn tijd maar geven…

    Ik koestr mijn leven hoor, ik weet dat ook dit moeilijke soms te zware leven iets is om dankbaar voor te zijn voor de momenten dat het gaat.

    Reply
      • karin
        karin says:

        Oh, sorry, dat vergeet ik te vermelden. Ik heb gespecialiseerde therapie op een traumacentrum. Deze duurt minimaal 9 jaar. Emdr is toereikend bij enkelvoudig trauma.
        in het geval van langdurig vroegkinderlijk trauma is namelijk de persoonlijkheidsontwikkeling gespleten ontwikkeld, dat compliceert en maskt leven lastig. Het betreft geen meerdere persoonlijkheden, zoals men ooit het jnterpreteerde, het betreft gespleten breinprocessen die normalitair integreren.
        maar dat is vrij technisch.

        Ik klaag ook niet hoor! En ik ga gewoon het leven aan, hoe ik ook door mijn brein beperkt wordt soms en wat dan maakt dat leven lijden is.
        ik ben alleen zo gerazkt door de tegenstelling. Jij met ednvgezonde, sterke geest maar ern lijf dat afhaakt en ik met ern krachtpatser van ern lijf maar een geest die maskt dat ademhalen soms een predtatie is…

        Los van dit. Garmt wat schrijf je prachtig, als in zo tot de kern en zo recht in wat het is.
        Wat moet het meer dan wat op te brengen is zwaar en ondoenlijk zijn wat je te accepteren hebt. Dat je lijf je opsluit en je zonder dat lijf nergens bent en dat je onder ogen moet zien, ieder moment van je tijd dat je allerliefsten los van je gaan.
        Hoe in vredesnaam fix je dat kwa mentaal… niets dan diep respect en inleving voor jou.
        Ik heb een toekomst (ligt statistisch in de lijn der verwachting) maar kan (mag) niet werken (terwijl ik universitair geschoold ben) en ben kinderloos (want handen vol asn therapie en herbeleven). Ik heb een fijn en goed huwelijk, maar was van plan ern heel wat andere partner te zijn dan ik kan zijn. Etc.
        Oh… gewoon.. die tegenstelling..
        en het allerliefste zou ik iets voor je doen wat helpt!

        Reply
          • karin
            karin says:

            Trouwens.. is er iets dat ik kan doen..? Concreet en praktisch? Iets wat je helpt en misschien niemand aan toekomt..? Want ik meen dat ik echt graag iets zou doen. Laat het weten hoor!

            Als het niet zo is, weet dan dat ik meeleef en je stukjes echt erin hakken en ik het zo erg voor je vind.. en dat zo machteloos voelt.

Leave a Reply

Want to join the discussion?
Feel free to contribute!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *